· 

Faalkosten en budgetoverschrijdingen, het RIVM bouwdrama

De publicatie ‘Faalkosten en budgetoverschrijdingen’ uit 2017 van een aantal Delftse bouwkunde studenten en de recente berichtgeving in het NRC over de mislukte aanbesteding van het nieuwe laboratorium van het RIVM op de Uithof (met een uitzonderlijk hoge trillings-eis) hebben mij aangezet enkele van mijn eigen ervaringen met aanbesteden van bouwprojecten nader te belichten.

 

Het RIVM-project is als geïntegreerd project onder DBFMO (Design Build Finance Maintain & Operate), bouwkosten bijna 300 Miljoen, door het Rijksvastgoedbedrijf aanbesteed. Net als in de publicatie van de TUD beschreven projecten is dit helaas niet het enige bouwdebacle met een geïntegreerde wijze van aanbesteden. Je ziet het regelmatig terugkomen bij grote projecten: bouwkosten gaan ver over de begroting, aannemers maken voor eigen rekening hoge kosten bij aanbestedingen of gaan er zelfs bijna aan failliet. Het zorgt voor veel vertraging en frustraties. Het lijkt wel een patroon aan het worden: A15 Maasvlakte met Botlekbrug, 2e Coentunnel, Tramtunnel Den Haag, NZ-lijn, etc. Vaak zijn deze, voornamelijk waterbouwkundige, projecten in een strategische samenwerkingsvorm (PPS-Publiek Private Samenwerking), met een maximale inbreng van de aannemer, aanbesteed. Grote bouwkundige projecten worden de laatste jaren door Overheden bij voorkeur met geïntegreerde projecten aanbesteed waarbij de financiering extern geregeld wordt en exploitatie en onderhoud over 25 jaar afgekocht worden.   

 

Vanaf 2004 wordt door PSIBouw een impuls gegeven voor ‘vernieuwende’ vormen van aanbesteden zoals geïntegreerde contracten en strategische samenwerkingen: Bouwteam, PPS-constructies in de GWW-sector, UAV-GC, DBFMO. Reden: een zich terugtrekkende Overheid met inkrimpende eigen ontwerp-diensten. Ontzorgen was en is het motto: ontwerp, bouw en exploitatie in één hand met ‘vaste’ exploitatiekosten over 25 jaar klinkt aantrekkelijk. Tegelijk is de samenleving veel dynamischer geworden, gebouwen staan niet meer voor 25 jr zonder ingrijpende aanpassingen. Contracten daarop aanpassen lukt alleen tegen hoge kosten.

Blijkbaar wordt er niets geleerd van deze vormen van aanbesteden. Je vraagt je af: wanneer trekken bestuurders en aanbestedende diensten hier lering uit en dan bedoel ik met name opdrachtgevers zoals Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat en grote Gemeenten.  

Innovatief aanbesteden lijkt wel een modeverschijnsel geworden en gedreven door: “we moeten leren van elkaar”, “samen oplossen en niet sturen op laagste prijs alleen”, transparantie, wederzijdse incentives, meerwaarde voor de opdrachtgever, vermindering faalkosten, concurrentie en open markt, duidelijkheid in verantwoording bij ontwerp en uitvoering, etc, etc. De praktijk is dat Overheden voor het merendeel alleen tegen ‘laagste prijs’ inkopen. Bij aanbesteden en gunnen ‘op waarde’ ontbreekt vaak de eigen deskundigheid. Dat alles bij het gegeven dat aanbestedende diensten voornamelijk alleen inkopers zijn geworden waarbij de eigen ontwerpende diensten zijn wegbezuinigd. Naast dat er niet van de fouten geleerd kan worden ontbreekt het simpelweg aan voldoende bouwtechnische kennis om een project kritisch te kunnen inschatten op de juiste wijze van aanbesteden. 

 

De laatste jaren zijn veel (publieke) grotere werken onder DBFMO aanbesteed. De opdrachtgever denkt zich te laten ontzorgen door vroegtijdige inbreng van uitvoerende partijen met een snellere doorlooptijd. Veel van de risico’s worden daarbij echter naar de aannemer geschoven.

Representatief voor bovengenoemde problemen is het RIVM-project. De kern van de mislukte aanbesteding bij het RIVM zit naar mijn mening in het feit dat je voor een uniek project als het RIVM-gebouw met de hoge trilling-eis (VC-C) bij het ontwerp te weinig greep hebt op de deskundigheid van de uitvoerende partij. Het is onbegrijpelijk dat bij een gebouw met zo’n hoge trilling-eis op nog geen 100m van de snelweg A27 en een trambaan naast de deur niet een lampje is gaan branden bij opdrachtgever en ontwerpers om de risico’s vroegtijdiger in kaart te brengen. Bij het TNO Nano-gebouw in Delft met een vergelijkbare hoge trilling-eis heb ik destijds direct Peutz erbij gehaald om het ontwerp daarop te laten aanpassen. Dit gebouw lag op ‘slechts’ 400m van de snelweg A13. Dit resulteerde al in een apart gefundeerde labstrook op zeer zware fundatie.    

Het RIVM project wordt nu alsnog gebouwd, na een vertraging van 3 jaar, 30 miljoen aan meerkosten en diverse rechtszaken verder met twee grote aannemers welke flink op het project hebben moeten afschrijven. Was de locatie van het RIVM verder van de A27 geprojecteerd dan had dat de Nederlandse belastingbetaler 30 miljoen gescheeld. De mogelijkheid om na ontwerpfase goed doordachte aanpassingen te doen en budgetten nog aan te passen, maakt het met de aannemer reeds in huis veel complexer.

 

Natuurlijk pleit ik niet geheel terug te keren naar de traditionele manier van aanbesteden: met bestek op alleen laagste prijs aanbesteden kleven ook de nodige risico’s: hoge ontwerpkosten, incompleetheid bestek en strijdcultuur. Tegenwoordig hebben we gelukkig BIM waarbij met een betere uitwerking in ontwerpfase de faalkosten sterk gereduceerd kunnen worden. Onvolkomenheden in de ontwerpfase worden beter zichtbaar. Voorwaarde is wel dat de stukken bij fasering van het ontwerp en tijdens de aanbestedingsfase digitaal overdraagbaar zijn.

 

Ondanks dat in de TUD-publicatie allerlei oorzaken worden aangedragen en oplossingen worden aangeboden ter voorkoming van faalkosten mis ik eigenlijk in de kern van de zaak dat aanbestedende diensten zich onvoldoende ondersteund weten door professioneel opdrachtgeverschap met voldoende bouwtechnische deskundigheid uit eigen organisatie. Opdrachtgever doet er bovendien goed aan tijdens ontwerpfase externe kostendeskundigen aan het ontwerpteam toe te voegen.

 

De afgelopen 25 jaar is gezocht naar nieuwe vormen van aanbesteden en samenwerken. Ontzorgen was het motto, tegelijk is de samenleving veel dynamischer geworden, gebouwen staan niet meer voor 25 jr zonder ingrijpende aanpassingen. Contracten daarop aanpassen kan alleen tegen hoge kosten.


Zie het resultaat van het doorgeslagen idee van ‘terug naar de kerntaken’ met een zich terugtrekkende Overheid met inkrimpende eigen ontwerp-diensten. De problemen zullen in de nabije toekomst nog verstrekt worden door het toenemend personeelsgebrek bij de aannemerij.  

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0