· 

Verduurzaming, Industrialisatie, Houtskeletbouw

Het klimaatakkoord vereist voor de verduurzaming van de woningbouw een grootschalige industriële aanpak, anders wordt het doel - energieneutraal voor alle woningen in 2050 - nimmer bereikt. Vanaf 2030 zullen er minimaal 200.000 woningen per jaar moeten worden verduurzaamd! Industrialisatie en robotisering is daarbij noodzakelijk, aangezien we zo-wie-zo niet eens de technische 'handjes' ter beschikking hebben. Gezien de variaties in woningen wordt dat uiteraard een grote uitdaging, we kunnen starten met de rijtjeswoningen, waarvan we er bijna 3 miljoen in Nederland hebben.

Verduurzaming begint met goede isolatie, anders wordt er veel te veel beslag gelegd op de elektrificatie van het net. Het merendeel van de bestaande woningen, zeker gebouwd voor 1996, is matig tot slecht geïsoleerd. Bij de corporatiewoningen worden al goede ervaringen opgedaan met NOM-renovatie met (semi-)prefabricatie van gevels en daken. Het is zaak deze ervaringen op te schalen naar de meer gefragmenteerde woningen. Dit kan met inzet van moderne 3D-scan technieken, inzet van BIM en prefabricage. Het is duidelijk dat dit met de spreekwoordelijke 'aannemer op de hoek' niet gaat lukken. Gemeenten zullen, met ondersteuning van gespecialiseerde adviseurs/aanbesteders, met de wijkgerichte aanpak een gerichte tender-aanpak moeten optuigen.

Naast verduurzaming van bestaande woningen moeten er tot 2030 één miljoen (betaalbare) nieuwe woningen worden gebouwd. Het merendeel van de Nederlanders wenst een grondgebonden 'doorzonwoning'. Ik ben van mening dat de huidige beton bouwwijze voor laagbouw - verre van circulair - op de schop moet en we veel meer naar fabrieksmatig geproduceerde houtskeletbouw toe moeten. De complete woning kan, mede door inzet van robotisering, in de fabriek worden gemaakt, inclusief installatie-componenten. De woning wordt daarbij veel beter luchtdicht, terwijl metselwerk 'op de steiger' hopeloos verouderd is. Snellere bouw is mogelijk tegen lagere bouwkosten, minder onwerkbare dagen, etc, etc. Bijkomend voordeel is dat (interne) aanpassingen aan woningen veel gemakkelijker doorgevoerd kunnen worden (wijziging gezinssamenstelling, zorg-op-maat, etc). Waarom gebeurt het dan niet? De bouw is zeer conservatief ingesteld, enkele grotere bouwondernemingen daargelaten. Zij zullen het voortouw moeten nemen, daarbij geholpen door vermindering van regeldruk, kennisuitwisseling en promotie door Overheid (draagvlak).

In de jaren '70 en '80 is houtskeletbouw meerdere malen gepromoot, in tegenstelling tot de USA en UK is het op de Nederlandse markt echter nooit een succes geworden. Al in 1983 heb ik een studiereis naar Scandinavië gemaakt om de ervaringen met energiebesparing en houtskeletbouw te aanschouwen. Vooral van de industriële bouwwijze van Finland (scheiding drager/inbouw) kunnen we veel leren. 

 

Gezien bovengenoemde uitdagingen op de bouwmarkt is een geïndustrialiseerde aanpak meer dan noodzakelijk.  

 

De geïnteresseerde lezer kan in bijgevoegde pdf zien hoezeer Scandinavië al in de jaren '80 'energetisch' voorop liep.

Download
Studiereis Scandinavië 1983
Energiebewust ontwerpen en bouwen in Scandinavië
RIN studiereis scandinavie1983_DEF.pdf
Adobe Acrobat document 7.5 MB

Reactie schrijven

Commentaren: 0