Duurzaamheid en Energie

 

Stelling: duurzaamheid = 80% energiebesparing

 

Mijn carrière in de bouw ben ik na de HTS Bouwkunde bij het multidisciplinair adviesbureau R.I.N. bv in Weesp gestart met het opzetten van een afdeling Energie & Bouwfysica.

Begin jaren '80 kwam het begrip duurzaamheid in opkomst, mede door de bewustwording na de oliecrisis in 1973. Na een studiereis naar Scandinavië in 1983 werd mij duidelijk hoezeer men daar wel niet voorop loopt op Nederland met het energiegebruik in de gebouwde omgeving. Feitelijk is dat tot op de dag van vandaag nog steeds zo.

De applicatiecursus Energiebeheer Voorziening & Besparing op de H.T.S. Den Bosch gaf me een bredere kijk op de mogelijkheden en noodzaak van energiebewustwording. Mijn credo is eigenlijk “het geld ligt op straat” want veel energiebesparing blijft vaak onbenut, meestal om reden van “het is niet mijn verantwoording” (circle of blame) of eenvoudig dat inzage in verbruikscijfers ontbreken.

 

TNO en duurzaamheid

In mijn periode bij TNO heb ik in 2005, nadat de Raad van Bestuur het MVO-beleid op de agenda had gezet, de handschoen opgepakt om voor alle TNO gebouwen een besparingscampagne op te zetten. Van alle gebouwen heb ik E-labels laten maken en zijn energiebesparing rapportages opgesteld. Er is een monitoringsysteem opgezet zodat goede inzage in energiegebruik zichtbaar werd.

In de bestaande panden in eigendom is al ruim 20% op elektra met het ombouwen van verouderde verlichting naar TL5 bespaard met een meervoudig onderhandse aanbesteding. Sociale Werkplaatsen zijn ingezet voor de vervanging.

Het gebruik van ESCo's is overwogen, doch toepassing hiervan in laboratoria is erg lastig. Bij stabiel verbruik zoals b.v. bij (huur)kantoren en scholen kan dit een interessante optie zijn. Punt daarbij is echter de 'circle of blame'.

Later zijn energiescans door een landelijk opererend installatiebedrijf gemaakt, daarbij kwam veel 'laaghangend fruit' te voorschijn, de resultaten hiervan zijn in het technisch beheer van TNO ingebed.

 

De urgentie in Nederland om aan energiebesparing te doen groeit langzaam, er is echter nog een lange weg te gaan. De normen voor nieuwbouw van woningen en kantoren liggen intussen op een vrij hoog niveau. In 2020 dienen alle nieuwe kantoren energieneutraal te worden. Het probleem zit echter bij de bestaande gebouwen en woningen.

In 2015 is de EED-regeling voor bedrijfsmatig vastgoed van kracht geworden, een Europese energiebesparing regel voor de zakelijke markt. Met de beoogde terugverdientijd van 5 jaar zet deze regeling echter nauwelijks zoden aan de dijk.

 

Nul-op-de-meter (NOM)

Bij bestaande (corporatie) woningen zijn onder het initiatief van De Stroomversnelling de eerste projecten gestart om het vastgoed van de woningbouwverenigingen energieneutraal te maken (nul-op-de-meter of NoM). Een hoopvol initiatief, daarentegen lopen de bestaande particuliere woningen echter hopeloos achter bij deze ontwikkeling. Ruim 4,5 miljoen bestaande woningen zijn slechts matig tot niet geïsoleerd, vooral de vooroorlogse. Om daar een versnelling in te bewerkstelligen heb ik begin 2016 een idee van een gebouwgebonden energiehypotheek gelanceerd om ook deze doelgroep nul-op-de-meter te krijgen (zie apart tabblad). Het idee is positief ontvangen door de Nederlandse Vereniging van Banken. De veel te beperkte hypotheekregel voor energiebesparende maatregelen kan hierdoor een stevige impuls krijgen en is bovendien goed voor de werkgelegenheid in de bouwsector. Na Kamervragen door de CU worden in het najaar van 2017 pilots opgestart door MINBZ, VNG, Bouwend Nederland en ODE-Decentraal.